Taken

Hier vindt u een samenvatting van de verschillende toetstaken. Als u de volledige taak zou willen ontvangen. Stuur dan een email naar: secretariaat@expertisecentrum-mmv.nl  

 

Taak 1: Opvang vluchtingen

 

Ontwikkelaar Esther Wisse
School  Stedelijk Dalton Lyceum Dordrecht
Type toetstaak Adviestaak
Kernconcept(en) Sociale cohesie


Wat zijn de gevolgen van verschillende typen asielzoekersopvang voor de sociale cohesie van Nederland? Een actueel vraagstuk waar elke leerling wel het enige over heeft meegekregen. In deze taak wordt de leerling gevraagd op te treden als adviseur van een burgemeester wiens gemeente vluchtelingen op gaat vangen. In groepjes analyseren de leerlingen de verschillende soorten opvang waarbij het kernconcept sociale cohesie de spil vormt, maar de andere kernconcepten bij het ho0fdconcept binding zijn niet afwezig. De leerlingen werken hun bevindingen uit in een redeneerschema.

Het beleidsadvies schrijven de leerlingen individueel. In dit geschreven werk ligt de aandacht op het leggen van relaties en het goed verwerken van voor- en tegenargumenten. Ook de juiste verwerking van bronmateriaal is een onderdeel dat in de beoordelingsrubric is meegenomen. Deze aandachtspunten corresponderen met de deelvaardigheden zoals we die gezien hebben in het cognitief model.
De opdracht is geschikt voor zowel havo- als vwo-leerlingen. Voor het vwo kan extra nadruk worden gelegd op onderzoeksvaardigheden.

 


Taak 2: Peer Review

 

Ontwikkelaar Lars van der Bruggen
School Ichthus Lyceum
Type toetstaak Adviestaak
Kernconcept(en) Een (door leerlingen zelf gekozen) kernconcept bij het hoofdconcept Verandering

 

In deze taak is de leerling redacteur van het populair-wetenschappelijke tijdschrift Quest. De opdracht is een artikel beoordelen op vakinhoudelijke- en onderzoekskwaliteit. De redacteur (leerling) geeft aan wat volgens de richtlijnen
van het tijdschrift verbeterd moet worden voor publicatie. De opdracht laat leerlingen in kaart brengen welke oorzaak-gevolg relaties in het artikel gelegd worden en hoe goed die onderbouwd worden. De taak vraagt dus om het kritisch beoordelen van uitspraken over oorzaken en gevolgen.
De leerlingen krijgen eerst enkele vragen waarin ze gestimuleerd worden om nauwkeurig te beschrijven welke causale relaties in het artikel gelegd worden en welke mechanismes daaronder liggen. De docent kan dit uitleggen van relaties oefenen aan de hand van de zogenaamde Coleman’s boot.
De leerling krijgt een checklist waarin criteria staan voor goed sociaalwetenschappelijk onderzoek, zoals ‘bij een interview wordt de subjectiviteit zo klein mogelijk gehouden’ en ‘validiteit: de onderzoek meet wat hij wil meten’.
De opdracht die de leerlingen krijgen luidt: ‘Schrijf in 1 A4 voor de hoofdredacteur op wat jouw bevindingen zijn en advies voor wat er nog moet gebeuren voor publicatie. Geef zowel vakinhoudelijk (gebruik oorzaak-gevolg relaties en juist gebruik kernconcept) als onderzoeksvaardig (wetenschappelijke eisen) opbouwend commentaar.’
Op deelvaardigheid B, het kritisch beoordelen van uitspraken, wordt de nadruk gelegd in deze taak. De andere deelvaardigheden zijn instrumenteel. Het oefenen met Coleman’s boot correspondeert met deelvaardigheid A en het advies aan de hoofdredacteur vertoont elementen die behoren tot deelvaardigheid C van het cognitief model.

 

Taak 3: Gelijke kansen in het onderwijs?

 

Ontwikkelaar Joany Knol
School Eemsdelta College, Appingedam
Type toetstaak Adviestaak
Kernconcept(en) Kernconcepten bij Verhouding

 

Hebben leerlingen met gelijke capaciteiten dezelfde kansen om naar de havo of het vwo te gaan? Wat houdt dat eigenlijk in, gelijke kansen hebben? Welke factoren spelen een rol bij het hebben van meer of minder gelijke kansen in het onderwijs? En welke rol speelt de overheid daarin of zou de overheid daarin kunnen spelen? De leerling maakt in deze opdracht deel uit van een jongerenafdeling van een politieke partij. Deze jongerenafdeling wil graag meer weten over de situatie van (on)gelijke onderwijskansen. De leerlingen onderzoeken dit vraagstuk aan de hand van kwantitatieve gegevens en een aantal geselecteerde teksten en verwerken de bevindingen in een advies aan hun politieke partij.
In de voorbereidende opdrachten brengen leerlingen voor verschillende bronnen die ze bestuderen de oorzaak-gevolg-oplossingen relaties in kaart met behulp van het redeneerschema (Ruijs, 2016) en de ‘Coleman’s boat’ (om onderliggende mechanismen te beschrijven). Leerlingen moeten ook kernconcepten gebruiken in hun adviezen en moeten ook nadenken over mogelijk ongewenste neveneffecten van voorgestelde oplossingen.

 

Taak 4: The Spirit Level

 

Ontwikkelaar Niels Hoendervanger
School Stedelijk Gymnasisum Nijmegen
Type toetstaak Onderzoeks/Adviestaak
Kernconcept(en) Sociale ongelijkheid

 

In deze taak zijn leerlingen lid van de junior Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. De leerlingen moeten de Minister-President informeren over de conclusies in een belangwekkend boek over sociale problemen in Westerse samenlevingen, The Spirit Level. Why equality is better for everyone, geschreven door de Engelse wetenschappers Richard Wilkinson en Kate Pickett. Hoe hard zijn de conclusies in dit boek? De leerlingen gaan in drietallen de conclusies vergelijken met empirische gegevens van andere onderzoekers over dezelfde
sociale problemen.
De leerlingen maken eerst een aantal voorbereidende opdrachten waarin ze naar de belangrijkste conclusies van The Spirit Level kijken en naar andere mogelijke verklaringen voor sociale problemen. Daarbij is veel aandacht voor causaliteit. De leerlingen moeten vervolgens vier onderzoeksvragen beantwoorden. Deze gaan over de verbanden tussen de mate van ongelijkheid in de samenleving en sociale problemen en de verklarende mechanismen en over mogelijke alternatieve oorzaken en de verklarende mechanismen. Ze moeten een eindconclusie geven waarin ze aangeven hoe hard volgens hen de conclusies van The Spirit Level zijn. Op welk onderzoek moet het overheidsbeleid gebaseerd worden?

 

Taak 5: Functies van Politieke Partijen

 

Ontwikkelaar Yolande Vonhoff
School Stanislas College Oost, Delft
Type toetstaak Onderzoekstaak
Kernconcept(en) Geen expliciete toewijzing van kernconcepten. Het kernconcept politieke institutie komt wel terug in een artikel



De leerling werkt voor het wetenschappelijk bureau van een politieke partij en moet uitzoeken wat de belangrijkste bedreigingen zijn voor politieke partijen. De leerlingen onderzoeken op basis van gegeven bronnen welke functies van politieke partijen het meest onder druk staan van maatschappelijke veranderingen en waarom.
Ze moeten tot slot hun bevindingen uitwisselen en aangeven welke functie volgens hen het meest onder druk staat.
In de taak worden geen hoofd- en kernconcepten genoemd of gevraagd. Leerlingen moeten redeneren over (functies van) politieke partijen, zwevende kiezers, media en pressiegroepen. Eén van de teksten die leerlingen moeten lezen voor het beantwoorden van de vragen gaat echter wel over het kernconcept politieke institutie. In deze tekst worden de functies van politieke partijen genoemd.

 

Taak 6: Partijnestor

 

Ontwikkelaar Erik Braaksma
School Reggesteyn College, Nijverdal
Type toetstaak Discussietaak
Kernconcept(en) Twee politicologische en twee sociologische concepten naar keuze

 

De leerlingen schrijven als oud-politicus van een politieke partij een schriftelijk betoog over een maatschappelijk onderwerp, waarbij ze aandacht besteden aan oorzaken en gevolgen en het standpunt van de partij. Ze krijgen als voorbeeld het pleidooi dat Jan Terlouw in 2016 hield voor meer vertrouwen in de politiek en meer vertrouwen in de samenleving. De leerlingen moeten hun probleemanalyse koppelen aan de theorie van Maatschappijwetenschappen en tenminste één kwaliteitsbron gebruiken voor hun betoog.
Ter voorbereiding op het te schrijven betoog vullen leerlingen in het redeneerschema voor Maatschappijwetenschappen, het probleem, oorzaken, gevolgen, oplossingen en de gewenste situatie in (zie Ruijs, 2016). Ze krijgen bij de politieke stromingen kernwoorden die ze moeten gebruiken in hun betoog. De leerlingen moeten ook kernconcepten in hun betoog gebruiken.


Taak 7: Populisme

 

Ontwikkelaar Gertruud Kruse
School Martinus College, Grootebroek
Type Toetstaak Discussietaak
Kernconcept(en) Individualisering, globalisering, representativiteit, cultuur, sociale cohesie

In deze opdracht schrijven leerlingen een betoog voor op de site van de school over de stelling ‘Met populisme is niks mis’ Ze moeten ook een redeneerschema maken en dat inleveren met het betoog. In de voorbereidende opdrachten krijgen leerlingen een bron over populisme(Rooduijn, 2016) en moeten ze redeneren met kernconcepten. Bijvoorbeeld: ‘Stel je hebt het begrip populisme eenduidig geoperationaliseerd en dat is jouw onafhankelijke variabele. Maak een Colemans Boat en verklaar wat er zal gebeuren met de ‘politieke cultuur’, ‘representativiteit’ van de machthebbers en de ‘sociale cohesie’’.

Leerlingen moeten ook redeneren vanuit theorie: ‘Wat zou volgens de ontwikkelingsvisie op politieke participatie een mogelijk gevolg kunnen zijn van toenemend wantrouwen?’

 

Taak 8: Verjaardag / Ronde tafel

 

Ontwikkelaar Lennart Schra
School Johannes Fontanus College,            Barneveld
Type toetstaak Discussietaak
Kernconcept(en) Leerlingen kiezen kernconcepten passend bij het gekozen probleem

 

De leerlingen onderzoeken in deze taak één van de volgende problemen: Wat is een effectieve manier van straffen van criminelen? Hoe kan de overheid het beste omgaan met mensen die geen werk hebben? Hoe is het gesteld met de sociale cohesie in de Nederlandse samenleving? (alleen vwo).
De havo-leerlingen bespreken dit onderwerp eerst op een nagespeelde verjaardag. Zij onderzoeken in tweetallen het probleem en het standpunt van een specifieke politieke partij (elk groepje vanuit een andere politieke partij). Ze werken dit uit in een betoog. Vervolgens voeren ze opnieuw op een nagespeelde verjaardag een gesprek over dit onderwerp waarbij ze de partij vertegenwoordigen.
De vwo-leerlingen doen een vergelijkbare opdracht, maar voeren een rondetafelgesprekt. Ze moeten als onderzoeker vanuit een specifiek paradigma het gesprek voeren en antwoord geven op de vragen van de interviewer (de docent).
De leerlingen krijgen ook een redeneerschema waarin ze eerst het probleem, oorzaken, gevolgen, oplossingen en de gewenste situatie overzichtelijk kunnen weergeven. De leerlingen moeten het standpunt van hun partij of paradigma ook onderbouwen met gegevens (de leerlingen krijgen suggesties voor geschikte bronnen).

 

 

MENU