Publicatie

Download publicatie als PDF

C. van Boxtel, A. Hemker, T. Klijnstra & G. Ruijs (2017). Toetsen van denkvaardigheden en conceptuele kennis bij Maatschappijwetenschappen. Amsterdam: Landelijk Expertisecentrum Mens- en Maatschappijvakken.

Voorwoord

Bij het vak maatschappijwetenschappen leren leerlingen maatschappelijke problemen en verschijnselen analyseren met behulp van politicologische en sociologische begrippen en theorieën. Bij het redeneren over maatschappelijke verschijnselen en problemen moeten leerlingen verbanden tussen oorzaken en gevolgen en tussen doelen en middelen kunnen leggen en uitspraken over dergelijke verbanden kunnen onderbouwen of evalueren. Het nieuwe examenprogramma dat in 2017 voor maatschappijwetenschappen (havo/ vwo) is ingevoerd, is gebaseerd op de concept-contextbenadering. De examensyllabi geven een uitgebreide omschrijving van de hoofd- en kernconcepten die leerlingen zouden moeten kennen. Deze kennis en het vermogen om deze toe te passen in concrete contexten, wordt getoetst in het centraal schriftelijk examen. Een goede uitwerking van de denkvaardigheden is echter niet voorhanden. Wat moeten leerlingen precies kennen en kunnen bij het causaal redeneren over maatschappelijke problemen en verschijnselen? En hoe kan deze vaardigheid in samenhang met conceptuele kennis getoetst worden met meer complexe en authentieke toetstaken? Authentieke taken zijn gericht op hogere denkvaardigheden en toepassing van begripskennis, sluiten aan bij de leefwereld van de leerlingen of een herkenbare beroepspraktijk en maken de leerstof daardoor betekenisvoller voor de leerlingen. Authentieke toetstaken zijn bijvoorbeeld onderzoeks-, advies- of discussietaken.

 

Het onderzoek waarvan hier verslag wordt gedaan had als doel om de vaardigheid ‘verbanden leggen met behulp van maatschappijwetenschappelijke concepten’ verder uit te werken in een cognitief model en om vanuit ontwerpregels taken te ontwikkelen en uit te testen waarmee getoetst kan worden in hoeverre leerlingen deze vaardigheid beheersen. De opbrengsten (de uitwerking van de vaardigheid, ontwerpregels en authentieke toetstaken) van het onderzoek zijn bedoeld voor docenten maatschappijwetenschappen/ maatschappijleer, lerarenopleiders, leraren in opleiding en educatieve auteurs.

 

De volgende vragen zijn onderzocht:

1. Hoe kan de in het examenprogramma maatschappijwetenschappen genoemde vaardigheid ‘verbanden leggen tussen en binnen de in de domeinen beschreven contexten en andere contexten met behulp van hoofd- en kernconcepten’ geoperationaliseerd worden in termen van concreet leerlinggedrag?
2. Welke ontwerpregels kunnen docenten gebruiken om voor de bovenbouw havo en vwo authentieke toetstaken en beoordelingsinstrumenten te ontwikkelen waarmee deze vaardigheid getoetst kan worden?
3. In hoeverre zijn de op basis van de ontwerpregels ontworpen toetstaken en beoordelingsinstrumenten geschikt om deze vaardigheid te toetsen?


Acht docent maatschappijwetenschappen – die eerder al deelnamen aan de pilot met het nieuwe examenprogramma – hebben in dit door NROgefinancierde praktijkonderzoek samen met vakdidactici en onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam de vaardigheid uitgewerkt in een cognitief model en authentieke toetstaken ontwikkeld. Deze taken zijn uitgevoerd in de klas en op basis van de evaluatie bijgesteld. Om de vaardigheid uit te werken is gebruik gemaakt van literatuur en zijn experts geraadpleegd. Voor de evaluatie zijn de ontwikkelde toetstaken, beoordelingsinstrumenten en de producten die leerlingen hebben gemaakt geanalyseerd. In hoeverre wordt een beroep gedaan op de vaardigheden die in het cognitief model beschreven zijn en in hoeverre zien we deze vaardigheden terug in de eindproducten van de leerlingen? Om zicht te krijgen op de ervaringen van leerlingen is een vragenlijst afgenomen en is uit elke klas een aantal leerlingen geïnterviewd. Deze publicatie is als volgt opgebouwd. In het eerste hoofdstuk presenteren we de uitwerking van de vaardigheid ‘verbanden leggen’. In het tweede hoofdstuk gaan we in op het ontwerp van authentieke toetstaken. We presenteren de ontwerpregels voor de ontwikkeling van deze taken en geven daarbij voorbeelden. In het derde hoofdstuk geven we een beschrijving van de ontwikkelde taken en van de ervaringen van leerlingen, docenten en begeleiders. In het vierde hoofdstuk bespreken we het causaal redeneren van de leerlingen in de verschillende taken.

MENU