ontwerpregel 5

 De taak en het beoordelingsinstrument moeten aansluiten bij het niveau dat van de leerling verwacht kan worden. Als de vaardigheden die centraal  staan nog onvoldoende geoefend zijn, dan moet in de taak meer sturing en ondersteuning worden gegeven. 

Het niveau van een toetstaak wordt onder andere bepaald door de complexiteit van de leerstof zelf, de hoeveelheid – aan elkaar gerelateerde – deeltaken, de mate waarin meerdere antwoorden mogelijk zijn, de hoeveelheid en complexiteit van de aangereikte of zelf te zoeken informatiebronnen, de mate van sturing en ondersteuning (zie het schema ‘Complexiteit van toetstaken’). Of een taak moeilijk of makkelijk is, hangt uiteraard ook af van de voorkennis en ervaring van degenen die de taak maken.

In het vwo-programma is in vergelijking met het havo-programma meer aandacht voor het kunnen denken vanuit theorieën en paradigma’s. In toetstaken kan dan ook worden gevraagd om een redenering vanuit verschillende paradigma’s.

Download: Factoren die complexiteit van toetstaken bepalen 

 

MENU