ontwerpregel 2

De taak moet voldoende authentiek zijn

De tweede ontwerpregel heeft betrekking op het authentieke karakter van de toetstaak. We hebben voor de ontwikkeling van de toetstaken vijf veel genoemde kenmerken van authentieke toetstaken geselecteerd:

  • de taak heeft een open vraag- of probleemstelling;

  • de taak is  betekenisvol is in de alledaagse wereld (het als burger participeren in de samenleving) / de beroepspraktijk (een praktijk waarin de analyse van maatschappelijke problemen aan de orde is);

  • de taak heeft een langere tijdsduur (meer tijd dan bij een ‘gewone’ toets);

  • de taak doet een beroep op complexe vaardigheden (bv. analyseren, onderbouwen, evalueren);

  • de beoordelingscriteria zijn vooraf bekend.

In de literatuur wordt samenwerking bij de uitvoering van de taak ook vaak als kenmerk van authentieke taken genoemd. We hebben dit niet in de ontwerpregels opgenomen, maar open gelaten of je wilt kiezen voor groepswerk of niet. Het gaat in deze toetstaken om complexe taken die een beroep doen op een combinatie van complexe vaardigheden. Voor alle taken geldt dat de uitvoering meerdere lessen in beslag neemt. Bij een authentieke taak moet duidelijk zijn aan welke kwaliteitscriteria het opgeleverde product moet voldoen. Er hoort moet dus een beoordelingsinstrument voor leerlingen beschikbaar zijn, bijvoorbeeld een rubric met criteria en beheersingsniveaus.

MENU