Ervaringen

In het onderzoek zijn verschillende ervaringen opgenomen van leerlingen, leraren en begeleiders van het project. Deze kunt u in de onderstaande tabbladen raadplegen.

Opvang vluchtelingen

Ervaringen leerlingen

“Actueel onderwerp, dat is interessant.” “Door extra kennis over het onderwerp verandert je mening waarschijnlijk.” (Citaten van leerlingen uit een interview met hen over de opdracht). De interviews bevestigen het beeld dat uit de vragenlijst naar voren komt. De zes leerlingen die zijn geïnterviewd na afronding van de taak, gaven aan dat ze het onderwerp interessant en leuk vonden omdat het actueel is. Eén leerling gaf aan wel een beetje moe te worden van dit onderwerp. De leerlingen vinden de taak nuttig om meer te leren over het onderwerp, om tot een beter begrip van sociale cohesie te komen en omdat door extra kennis over het onderwerp je mening waarschijnlijk verandert.
Een deel van de leerlingen vindt het lastig om te omschrijven wat het leggen van causale relaties met deze taak te maken heeft. Ze spreken meer over het nagaan van voor- en nadelen van verschillende soorten opvang. Anderen geven aan dat de instructie duidelijk maakt dat je oorzaak-gevolg relaties moet leggen. De leerlingen geven verder aan dat de opdracht past bij wat ze in lessen leren over oorzaak-gevolg relaties en dat ze vaker causale schema’s moeten maken, ook bij andere gammavakken.
Leerlingen vinden het lastig om verschillende standpunten van experts uit de teksten te halen en het moeten gebruiken van formele woorden als je je mening geeft. De tips die leerlingen geven voor verbetering van de taak zijn: meer woorden mogen gebruiken voor het advies, het begrip sociale cohesie beter afbakenen (bijvoorbeeld hoe kijkt een bepaalde bevolkingsgroep naar sociale cohesie) en de taak wat uitdagender maken.

 

Ervaringen docent

Ik verzin heel vaak opdrachten, maar door het cognitief model te gebruiken en een gedetailleerd beoordelingsmodel en de opdracht eerst zelf te maken worden de opdrachten wel beter. Ik maak soms te grote opdrachten waarin ik gelijk oorzaken, gevolgen en oplossingen wil, maar het is ook goed om het juist te beperken. De leerlingen waren enthousiast over de actualiteit van het onderwerp. Het kan daadwerkelijk kunnen gebeuren dat de gemeente vluchtelingen op zou moeten vangen en dat de raadsleden ook de gevolgen zouden uitzoeken en met een advies zouden komen. Het gaat in de toetstaak dus over een betekenisvolle, realistische context voor de leerlingen. De docent geeft aan dat opdrachten beter worden door het cognitief model en een gedetailleerd beoordelingsmodel te gebruiken. De opdracht is betekenisvol voor de leerlingen. De leerlingen voelden zich op deze manier echte lokale politici. Door een eerder bezoek aan het gemeentehuis en een debat met raadsleden en een wethouder begrepen ze ook hoe het werkt op gemeentelijk niveau.

Ik vond de hoeveelheid toe te passen conceptuele kennis wat mager, daarom moeten de leerlingen in de vernieuwde taak meer kernconcepten toepassen die ook samenhangen met vluchtelingen en sociale cohesie. Hierbij leren de leerlingen niet alleen oorzaak-gevolg verbanden leggen, maar ook zoals op het examen elementen van de definities van kernconcepten gebruiken.

 

Ervaringen begeleiders

Het is een betekenisvolle context voor de leerlingen. Dit motiveert hen. Daarnaast is het ook een duidelijk afgebakende opdracht. Dit houdt het overzichtelijk voor de leerlingen. Niet alle elementen uit het cognitief model hoeven terug te komen in een toetstaak. In de eindopdracht moeten leerlingen het probleem beschrijven en analyseren. Maar in de taak staat eigenlijk geen probleem centraal. De centrale vraag is namelijk: Welke gevolgen heeft de opvang van vluchtelingen voor de sociale cohesie in de Nederlandse samenleving? Hierdoor is het nog onduidelijk wat het precieze probleem is. In de taak en het beoordelingsinstrument kan nog explicieter worden gemaakt dat statistische gegevens in het antwoord opgenomen moeten worden. Eventueel kunnen daarbij nog aanwijzingen of voorbeelden gegeven worden.

Peer review

Ervaringen leerlingen

In de interviews met leerlingen kwam naar voren dat leerlingen de afwisseling in de taak (o.a. groepswerk, poster maken) en de keuzevrijheid (bijvoorbeeld de keuze van het artikel in de vwo-versie) waardeerden. Twee leerlingen gaven aan dat aan het begin niet zo duidelijk was wat de bedoeling was, maar dat dit gaandeweg duidelijker werd. Een leerling noemde de overload aan informatie en een andere leerling geeft aan dat niet duidelijk was hoe ze elkaar feedback moesten geven.
Bij de vraag of ze de taak nuttig vonden valt op dat drie van de negen geïnterviewde leerlingen de taak nuttig vindt omdat het een goede voorbereiding is op vragen die in een toets gesteld worden en waarbij je om moet kunnen gaan met bronnen. Andere leerlingen geven aan dat het voor de toekomst zinvol is om onderzoeksvaardigheden te trainen, om in te leren zien wat een goed artikel is en hoe je zinvolle informatie uit een tekst moet halen. Slechts één leerling noemde dat je leert hoe je causaal moet redeneren. De leerlingen geven aan dat de opdracht wel aansluit bij de lessen, maar dat ze eigenlijk niet eerder een opdracht hebben gemaakt waarbij oorzaak-gevolg relaties zo centraal staan en ze er zo diep op in gaan. Oorzaak-gevolg komt wel eens terug, maar niet als voornaamste doel van een opdracht zoals nu. Eerder heb je wel eens aan de hand van een kernconcept een oorzaak en gevolg aangegeven. Bij de vraag naar verbeterpunten noemden vier leerlingen dat bij de start van de taak duidelijker moet worden gemaakt wat de bedoeling is. Een leerling gaf aan dat het goed zou zijn om bij de start van de taak klassikale instructie te geven over het leggen van oorzaak-gevolg relaties.

Ervaringen docent

Niet alleen voor mijn leerlingen was dit een leerzame exercitie, maar ook als docent heb ik door het ontwerpen en vooral uitvoeren en evalueren van de opdracht scherper gekregen welke stappen gezet moeten worden bij het aanleren van (dieperliggende) causale relaties. Zeker ook door de feedback van de havo-leerlingen heb ik bij mijn herontwerp daarnaast meer gebruik gemaakt van voorbeelden en scaffolding.

Daarnaast wilde ik in de oorspronkelijke opdracht teveel tegelijk: causaal redeneren, kritische onderzoeksvaardigheden én toepassen van de concept-contextbenadering. Daardoor ontbrak voor leerlingen soms focus in de opdracht en werkten ze sommige onderdelen minder goed uit.

Maar los van deze aanpassingen in het herontwerp is mij vooral de energie, soms frustratie, maar ook motivatie en lerende houding van de leerlingen bijgebleven.

Ervaringen begeleiders

Deze toetstaak is redelijk open (“Zoek een passend artikel bij je gekozen kernconcept bij het hoofdconcept Verandering”). Dat heeft enerzijds voordelen: de keuzevrijheid kan motivatieverhogend werken voor leerlingen. Anderzijds kunnen leerlingen ook ‘gaan zwemmen’ en is het lastiger om een hanteerbaar beoordelingsmodel te maken. Om leerlingen meer sturing te geven, dient er een heldere instructie te worden gegeven, zodat leerlingen bij de start van de taak beter begrijpen wat de bedoeling is. In de taak kan nog duidelijker worden gemaakt dat leerlingen de relaties die ze in het schema hebben gelegd en de mechanismes die ze hebben beschreven, ook moeten opnemen in hun bespreking van het artikel.

Leerlingen schrijven een artikel in een populairwetenschappelijk tijdschrift. Deze context is motivatieverhogend voor de leerlingen. Het kan zorgen voor een realistische context. In de toetstaak hoeven leerlingen echter nog weinig methodologische begrippen toe te passen. Eventueel kunnen leerlingen ook de betrouwbaarheid, validiteit en representativiteit van het gekozen onderzoek analyseren en eventueel bekritiseren.

Gelijke kansen in het onderwijs?



Ervaringen leerlingen

Er zijn negen leerlingen geïnterviewd na afronding van de taak. Opvallend is dat – terwijl uit de vragenlijst het beeld naar voren komt dat de leerlingen de opdracht niet als heel leuk of relevant beoordelen – de geïnterviewde leerlingen heel positief waren over de taak. Meerdere leerlingen gaven aan dat het leuk was omdat het zo actueel is. Andere zaken die leerlingen waardeerden zijn: veel vrijheid in de aanpak, het is leuk om een beleidsadvies te moeten opstellen, je verwerkt de kernconcepten op een boeiende manier en het zet je aan het denken.

De leerlingen waren ook positief over het nut van de taak. Eén leerling zei hierover:’Ja, voornamelijk met de praktische kant in de vorm van een beleidsadvies was leerzaam. Ook de verwerking van de kernconcepten was nadrukkelijker dan anders, blijft het beter hangen.’ Een andere leerling zegt: ‘Nuttig ja, je weet veel meer af van het onderwerp dan voorheen. De causaliteit van ongelijkheid in het onderwijs was me nooit eerder opgevallen. Je krijg een wat realistischer blik op de maatschappij. Als meer mensen weet hebben van deze problematiek kunnen we het ook makkelijk in de Tweede Kamer bespreekbaar maken en oplossingen verzinnen.’

 

Ervaringen docent

Het thema van de opdrachten sprak de leerlingen aan. ‘Ik zag er in het begin wel tegenop vanwege de grote hoeveelheid aan papier,’ bekende een VWO-leerling. ‘Maar het was wel een leuke taak’. En een HAVO-leerling ging gemotiveerd aan de slag omdat het onderwerp hem aansprak: ‘Interessant, gaat over wat er nu speelt. (…) (Het) onderwerp sluit aan bij (mijn) leefwereld.’ Een andere HAVO-leerling vond de opdracht interessant omdat hij bij de opdracht ‘een gevoel van oneerlijkheid’kreeg. ‘Het zet je aan het denken.’

De sterkte van verschillende verbanden (aan de hand van kwantitatieve gegevens) bleef bij deze taak op de achtergrond. Dat zou bij een volgende taak aan de orde kunnen komen. Het werken met oorzaak-gevolg relaties en het je bewust worden van de manier waarop leerlingen verbanden leggen was voor zowel leerlingen als docent erg leerzaam. Wat was nu een oorzaak, wat een gevolg en kon het ook niet andersom? En ‘hoe pas je de oorzaken zo aan dat er voor de toekomst een oplossing is? ’Het onder woorden brengen van verbanden bij een opdracht die omvangrijker is dan leerlingen gewend zijn, bleek veel moeilijker dan verwacht. Dit zullen we in het vervolg van het cursusjaar nog veel moeten oefenen.

 

Ervaringen begeleiders

Het onderwerp ‘Gelijke kansen in het onderwijs’ is actueel en herkenbaar voor leerlingen. Het sluit aan bij hun leefwereld en dit maakt het voor hen betekenisvol. In de toetstaak zit een duidelijke opbouw qua moeilijkheidsgraad (stappenplan). Hierdoor wordt de vaardigheid stapsgewijs ingeslepen. De taak en het beoordelingsinstrument bevatten bijna alle onderdelen van het cognitief model. Misschien is dit voor leerlingen te veel om allemaal goed te verwerken in het advies. Veel leerlingen ervaren de taak ook als moeilijk.

In de rubric staan per beoordelingscriterium veel eisen. De rubric wordt waarschijnlijk duidelijker wanneer een en ander wordt opgesplitst in meer criteria. Voor Havo zou een selectie kunnen worden gemaakt. Bij de voorbereidende opdrachten zou meer aandacht kunnen worden besteed aan de vraag welke standpunten bij verschillende politieke stromingen passen, bijvoorbeeld door daarover een informatiebron toe te voegen. In de rubric kan de eis van ideologische inkadering in eenvoudiger bewoordingen omschreven worden.

The spirit level

Ervaringen leerlingen

De vijf leerlingen die geïnterviewd zijn denken verschillend over de taak. Eén deel van de leerlingen was heel positief over de taak omdat je creatief moet nadenken, je vrijheid hebt, er in groepen kan worden gewerkt en het een echte MAW-taak is. De leerlingen die de taak minder leuk vonden gaven aan dat ze het te vrij vonden of te ver gezocht.

Over het nut van de taak zei een leerling: ‘het proces was een training in betogen en data verzamelen. Ook leer je causale verbanden te herkennen en je leert je daarbij af te vragen of er misschien andere verklaringen, intermediërende variabelen, zijn’. Een andere leerling waardeerde de taak omdat je anders over ongelijkheid gaat denken: ‘Je leert veel van het werken aan deze taak. Het beïnvloedt je normen en waarden, je gaat anders tegen ongelijkheid aankijken.’ De leerlingen wisten goed aan te geven hoe oorzaak-gevolg denken in de taak aan de orde is. Ze gaven ook aan dat ze dat in andere lessen en opdrachten ook wel moeten doen. Over de moeilijkheid verschilden de leerlingen van mening. Een deel van de leerlingen vond het goed te doen, maar een leerling gaf ook aan dat het heel moeilijk was omdat het abstract en theoretisch was. Als tips voor verbetering noemden de leerlingen: beter uitleggen wat een mechanisme is, minder abstract maken (bijvoorbeeld toepassen op je eigen leven), opdracht meer opdelen in stukjes.

 

Ervaringen docent

Een mooi resultaat van de adviestaak was dat leerlingen ook gingen denken en discussiëren met behulp van de termen uit het cognitief model. In hun eigen woorden: ‘je kijkt op een andere manier naar de samenleving (…) ook leer je causale verbanden te herkennen en je leert je daarbij af te vragen of er misschien andere verklaringen, intermediërende variabelen, zijn.’ En: ‘het duurde wel even voordat ik het doorhad (..) geleerd wat causaliteit is en wat indicatoren zijn. Kan een goede voorbereiding zijn tot een sociale wetenschap.’

Werken met het cognitief model ‘oorzaak-gevolg verbanden leggen bij maatschappijwetenschappen’ heeft mij als docent veel geleerd. Het cognitief model geeft een overzicht van de vaardigheden die leerlingen onder de knie moeten krijgen. Doordat je als docent vanuit dit overzicht werkt (het is vast nog niet compleet) breng je een betere didactische leerlijn aan en kun je verwijzen naar eerder aangeleerde vaardigheden en combinaties maken. De vaardigheden krijgen ook een duidelijke titel die ook bij de leerlingen bekend is. Op een gegeven moment komen de meer los behandelde vaardigheden ook samen in grotere opdrachten.

 

Ervaringen begeleiders

In de toetstaak zit een duidelijke opbouw. Uiteindelijk zijn leerlingen in staat om een complexe causale redenering (analyse) uit te werken. Er is sprake van een helder stappenplan, het neemt de leerlingen bij de hand. Dit is een sterk onderdeel van de taak. Maar er kleven aan nadelen aan: De taak zou op onderdelen misschien minder abstract/ theoretisch kunnen worden gemaakt door de verbinding met het leven van de leerling te maken.

Er is daarnaast ook veel expliciete aandacht voor onderzoeksvaardigheden. Er is in de opdracht niet alleen aandacht voor het leggen van causale verbanden, maar ook voor de sterkte van deze verbanden.

Het beoordelingsinstrument zou nog specifieker kunnen aangeven dat de inleiding het probleem moet beschrijven (er staat nu alleen dat er een inleiding moet zijn) en welke eisen er gesteld worden aan de bespreking van de causale relaties. Dit zou in een rubric kunnen. Het is voor de leerlingen wel duidelijk dat ze de onderzoeksvragen moeten beantwoorden, maar niet wanneer de beantwoording onvoldoende, voldoende of goed is.

Functies van politieke partijen

Ervaringen leerlingen

Uit de interviews met de leerlingen bleek dat zij de taak op zich wel leuk vonden, maar ze gaven allemaal aan dat onduidelijk was wat ze moesten doen. Leerlingen noemden verschillende redenen als ze de taak als nuttig beoordeelden, bijvoorbeeld: ‘Je leert ook echt onderzoek doen. Wat je bij maatschappijwetenschappen ook wel moet leren natuurlijk. Dus ik vond het wel een nuttige opdracht,’ of ‘Misschien helpt het bij het later zelf stemmen.’

Meerdere leerlingen gaven aan dat ze beter de politieke functies begrijpen. Hoewel de leerlingen aangaven dat de taak onduidelijk was, konden ze wel goed de kern van de opdracht omschrijven. Een leerling verwoordde het als volgt: ‘Je moest bedenken welke politieke functie het meest onder druk staan van maatschappelijke verandering. We moesten indicatoren uit de bronnen halen. We moesten allemaal een functie nemen en uitleggen hoe dat te maken heeft met de toename van zwevende kiezers.’

Een deel van de leerlingen herkenden dat het in de opdracht over oorzaak-gevolg relaties gaat, maar voor een aantal leerlingen was dat niet duidelijk. De meeste leerlingen gaven aan dat ze in de lessen ook wel met oorzaak-gevolg relaties bezig zijn. Eén van de leerlingen merkte op dat het in deze toetstaak wel veel meer aanwezig was: ‘Het zit vast wel in een paar van de opdrachten, maar dat heb je dan niet heel erg direct door denk ik.’

De leerlingen verschilden van mening over de moeilijkheid van de taak. De leerlingen die de taak moeilijk vonden noemden de onduidelijkheid en dat oorzaken moeilijk in de artikelen te vinden waren. Als tips voor verbetering noemden meerdere leerlingen dat de taak duidelijker moet. Verder noemden ze dat er meer uitleg moet bij de moeilijke woorden in de bronnen, dat het beoordelingsformulier duidelijker moet en gerichtere uitleg moet geven over het in te leveren eindproduct.

 

Ervaringen docent

Leerlingen vonden het onderzoeksdoel van de opdracht leerzaam; er moest stevig nagedacht worden en ze werden uitgedaagd naar informatie buiten de bronnen te zoeken en hun voorkennis van maatschappijleer op te halen. Dat maatschappelijke veranderingen (oorzaak) van invloed zijn op politieke functies (gevolg), klink logisch maar is dat niet voor leerlingen. Zij moeten zich bijvoorbeeld verdiepen in de manier waarop je gekozen wordt in de Tweede Kamer (passief kiesrecht) en welke invloed ontzuiling en individualisering hebben op het gedrag van mensen (waarden en belangen).

Tussen de vraag of leerlingen oorzaak-gevolg verbanden leggen en of ze in de gaten hebben dat ze dat doen, zit nog weleens verschil. Dit onderdeel vraagt sturing van de docent tijdens het uitvoeren van de opdracht. Uit het verslag en de afwegingen die leerlingen maken blijkt dat ze meer verbanden leggen dan ze zelf soms denken‘Deze taak voegt betekenis toe aan het leren. Van de vraag: wat zijn de functies (feitenkennis) via: het belang van die functies voor de samenleving (begrip) naar: zijn er andere actoren die die functies (kunnen) overnemen (creatie).’

 

Ervaringen begeleiders

Leerlingen worden uitgedaagd om zelf ook bronnen te zoeken. En er is veel nadruk op de samenwerking en het geven van feedback op elkaar. Het authentieke karakter van de taak kan nog versterkt worden (onder andere door meer aan te sluiten bij de belevingswereld van de leerlingen). De toetstaak en het beoordelingsinstrument zouden explicieter kunnen aansturen op het redeneren met kernconcepten. In de taak kan duidelijker worden aangegeven dat (en hoe) leerlingen voorbeelden en kwantitatieve gegevens moeten gebruiken in hun antwoord.

 

Partij Nestor

Ervaringen leerlingen

De negen geïnterviewde leerlingen noemden als positieve punten bij de taak dat ze kernconcepten moeten toepassen, de verbinding tussen theorie en praktijk, het leren schrijven van een betoog en een probleem leren analyseren. Eén van de leerlingen gaf aan dat de taak meer over schrijfvaardigheid lijkt te gaan dan over oorzaak-gevolg redeneren. De meeste leerlingen vonden het redeneerschema dat ze moesten invullen behulpzaam, hoewel een leerling ook vond dat het niet hielp bij het schrijven: Het schema gaat van links naar rechts, maar een betoog van boven naar onder. De leerlingen herkenden het werken met kernconcepten en oorzaak-gevolg relaties wel uit andere lessen, maar merkten op dat het nooit zo expliciet is als in deze toetstaak.

Twee van de negen leerlingen gaven aan dat ze de taak best lastig vonden. De anderen vonden het niet zo moeilijk, bijvoorbeeld omdat de oorzaak-gevolg relaties gemakkelijk aan te wijzen waren en de taak goed gestructureerd was. Als verbeterpunten noemden leerlingen: instructie minder uitgebreid maken, maar puntsgewijs wat je moet doen; de bijlages spraken elkaar tegen, gaven elk een ander soort betoog aan; aandacht voor kernconcepten moet eerder in de taak worden aangegeven; meer woorden voor het eindproduct mogen gebruiken en misschien de taak uitbreiden door een vergelijking te maken tussen partijen.

 

Ervaringen docent

De meeste leerlingen konden op basis van het voorbeeld van Jan Terlouw een eigen analyse maken van een maatschappelijk verschijnsel en daarover in een betoog te speechen en dat ook op een realistische manier te doen. Opmerkingen als “ik wist wel dat ik een echte liberaal was” of van een andere leerling:“het is nu tijd voor verandering in de aanpak van het milieuvraagstuk zoals GroenLinks wil en die Klaver heeft Obama goed bestudeerd”. Vooral de stap van het voorbeeldbetoog van Terlouw naar een eigen betoog was moeilijk. Welk maatschappelijk probleem haal je eruit: dat van het politieke wantrouwen of juist het milieuvraagstuk (of anders)? Daarnaast moeten de leerlingen binnen het discours van een eigen politieke partij blijven denken en met politieke kernwoorden een analyse maken.

 

Ervaringen begeleiders

De opdracht sluit goed aan bij actuele gebeurtenissen. Dit werkt motiverend voor leerlingen. Daarnaast is de opdracht redelijk open (dat heeft uiteraard ook nadelen), maar het geeft leerlingen ook veel ruimte om eigen ideeën in te brengen. Doordat leerlingen hun gekozen politieke partij gaan vergelijken met andere partijen, krijgt de lesstof meer betekenis voor hen. Wel kan de toetstaak duidelijker aansturen op het maken van vergelijkingen, bijvoorbeeld tussen politieke partijen. Waarop ga je deze partijen precies vergelijken? In het beoordelingsinstrument zouden criteria over het onderbouwen vanuit bronnen (ook kwantitatieve gegevens) kunnen worden opgenomen.

Populisme

Ervaringen leerlingen

Er zijn zes leerlingen geïnterviewd. Alle leerlingen vonden het een leuke en nuttige taak. Ze vonden het een interessant onderwerp, noemden dat ze zo onderzoek leerden doen en dat je door deze opdracht beter bent geïnformeerd als je mag stemmen. Een aantal leerlingen vond ook het schrijven van een betoog leerzaam. Bij het in eigen woorden omschrijven van de taak noemden leerlingen de verschillende onderdelen van de taak. Eén van de leerlingen noemde daarbij ook het leggen van oorzaak-gevolg relaties en het moeten gebruiken van kernconcepten: ‘Je moest dat in schema opschrijven. Je ziet daardoor hoe en waarom populisme ontstaat en wat de gevolgen ervan zijn. Je verwerkt kernconcepten in de poster.’ Enkele leerlingen gaven aan dat het de eerste keer is dat ze zo uitgebreid met oorzaken en gevolgen bezig zijn geweest.

De meeste leerlingen vertelden dat ze de taak best moeilijk vonden, bijvoorbeeld omdat ze het lastig vonden om te zeggen wat een oorzaak en wat een gevolg is of omdat relaties niet simpelweg goed of fout zijn. Een andere leerling vond de opdracht juist leuk omdat hij zo uitdagend was en je even moest puzzelen voordat je eruit was. Bij de vraag naar tips voor verbetering noemde een leerling de duidelijkheid van de taak. De taak was volgens haar niet duidelijk en niet goed gestructureerd. Andere leerlingen noemden als verbeterpunten een actievere rol van de docent en feedback geven op de argumenten.

 

Ervaringen docent

Mits leerlingen een basis hebben in kennis over het parlementair stelsel en kiesstelsels kan deze opdracht een belangrijke verdieping zijn met een vooral politicologische invalshoek. Multicausaliteit komt erbij aan de orde, kiesstelsel, sociale ongelijkheid en theorieën over de wenselijkheid van politieke participatie worden ermee inzichtelijk gemaakt op een wijze die aanspreekt bij leerlingen, zeker wanneer de opdracht rond verkiezingen wordt gedaan. Wanneer er onvoldoende rekening wordt gehouden met de planning bij maatschappijleer en de behandeling van het onderwerp Parlementaire democratie wordt het te moeilijk.

Over populisme is in de wetenschap dermate veel discussie dat over het vierkante antwoordmodel, is het oorzaak of is het gevolg van verdeeldheid in de samenleving en in de politiek, nog veel discussie is. Juist dit maakt het een interessant onderwerp om de hogere denkvaardigheden bij maatschappijwetenschappen verder te ontwikkelen en de schrijfvaardigheid in sociaalwetenschappelijk opzicht te verbeteren.

 

Ervaringen begeleiders

Het is een zeer relevant onderwerp. Dit maakt het ook betekenisvol voor de leerlingen. De stelling is ook scherp geformuleerd, waardoor de leerlingen uitgedaagd worden.

In het beoordelingsinstrument kan explicieter aandacht worden besteed aan het leggen van oorzaak-gevolg relaties en de onderbouwing daarvan. In het beoordelingsinstrument kan duidelijker worden gemaakt wanneer de argumentatie voldoende of goed is. Leerlingen hebben meer instructie of ondersteuning nodig om de perspectieven vanuit de verschillende paradigma’s te verwerken in het betoog. De taak kan nog duidelijker en beter gestructureerd.

Verjaardag / ronde tafel

Ervaringen leerlingen

Er zijn 6 Havo-leerlingen geïnterviewd en 4 Vwo-leerlingen. Alle Havo-leerlingen vonden de taak leuk. Ze waardeerden dat ze zelf veel inbreng hadden, met elkaar in gesprek gingen en dat ze mochten onderzoeken en samenwerken. De Vwo-leerlingen verschilden meer van mening. Eén van de leerlingen vond de taak niet zo leuk omdat hij onduidelijk was en ze niet zelf mochten bepalen met wie ze wilden samenwerken. Twee andere leerlingen vonden de taak interessant en nuttig vanwege de verbinding tussen theorie en praktijk. Een leerling vond de taak nuttig omdat je leert redeneren, betogen en discussiëren.

Bij de beschrijving van de taak in eigen woorden noemden de meeste leerlingen het redeneren als onderdeel van de taak, vaak gekoppeld aan het redeneerschema dat ze moesten invullen. Leerlingen gaven aan dat het maken van zo’n redeneerschema nieuw voor ze was. Sommigen noemden wel dat ze iets dergelijks ook wel bij de vakken economie en Nederlands hadden gedaan. Bijna alle leerlingen vonden dat de taak niet te moeilijk was. Eén van de leerlingen gaf aan dat de koppeling aan een paradigma wel lastig was. Bij de vraag naar punten ter verbetering noemden de meeste leerlingen dat de introductie van de taak duidelijker moest. Eén van de leerlingen wilde graag een concreet voorbeeld van het eindproduct.

 

Ervaringen docent

Bij de uitvoering werd een verjaardag nagespeeld, met slingers in de klas. Leerlingen voerden daarin een gesprek over politiek, al dan niet onder het genot van een gebakje. Het belangrijkste wat ik heb geleerd aan het werken aan deze toetstaak is dat een taak in een curriculum moet passen. Leerlingen ervoeren het alsof ze ‘out of the blue’ een opdracht kregen zonder dat ze precies wisten wat er van hen verwacht werd. Deels lag dat bij mij natuurlijk omdat ik zelf ook niet precies wist hoe het eruit moest zien, maar deels zat het ook in het feit dat ik allemaal nieuwe zaken van ze vroeg die ze in één keer moest samenvoegen: een nieuw redeneerschema, oorzaak-gevolg- denken op een heel expliciete manier verwerken en daar ook statistische gegevens bij halen. Ik heb te veel ineens van mijn leerlingen gevraagd. Causaal redeneren wil ik nu meer gaan opbouwen in het curriculum in plaats van in één keer zo’n grote opdracht. Doseren dus!

Een andere verbetering is deelopdrachten in plaats van een betoog. Nu hebben de leerlingen uit havo4 de rode draad zelf moeten zoeken, maar daar wil ik beter in sturen door er verschillende opdrachten van te maken.

 

Ervaringen begeleiders

Het gaat om een herkenbare, betekenisvolle context voor leerlingen: iedere leerling kent zo’n oom of tante tijdens een verjaardag. Dat maakt het betekenisvol voor leerlingen. Leerlingen worden uitgedaagd om ook gebruik te maken van empirische gegevens. De toetstaak is daarnaast erg overzichtelijk, maar de introductie van de taak kan nog duidelijker worden gemaakt (in de inleiding). Het gebruik van het redeneerschema (Ruijs, 2017) wordt kort toegelicht in de opdracht. Dit is verhelderend voor leerlingen. In de Havo-versie kan meer ondersteuning worden gegeven bij het redeneren vanuit een politieke ideologie, dit aspect moet ook duidelijk worden opgenomen in het beoordelingsinstrument.

 

MENU